Barradeel was vanouds een agrarische streek, en de rijke weidegronden langs de Waddenzee leenden zich uitstekend voor melkveehouderij. Net als elders in Friesland ontstonden er eind negentiende eeuw coöperatieve zuivelfabrieken, die de boeren in staat stelden hun melk gezamenlijk te verwerken tot boter — het zogenaamde "witte goud" van Friesland.
De coöperatieve zuivelfabriek "Sexbierum" (zie foto) ging op 1 juni 1888 van start aan het Frjentsjerterrein 3. De boeren van Sexbierum lieten zich inspireren door hun collega's in Warga en Tzummarum. Bij de oprichting kregen ze steun van Jogchum van der Wal uit Witmarsum, op wiens zuivelboerderij het echtpaar Dirk en Aaltje Ploegstra — aan wie de technische leiding werd opgedragen — het vak van centrifugeren en botermaken had geleerd. In 1908 werd de fabriek uitgebreid en werkten er negen arbeiders. In 1961 fuseerde de fabriek met die van Marssum en Dronrijp, waarna de vestiging in Sexbierum in 1962 moest sluiten. Het complex is inmiddels gesloopt. Opmerkelijk is dat de fabriek in haar latere vorm werd gebouwd naar het ontwerp van architect A. Lettinga uit Pietersbierum.
In 1887 kwam in Tzummarum de derde coöperatieve zuivelcoöperatie in Friesland tot stand, een zogenaamde "coöperatie op aandelen". Oprichters waren Willem Koning (voorzitter), Teakele Hoogterp (secretaris), Sipke Jans Anema en Doeke Anes Oosterbaan. Jouke Swart van Klooster-Anjum adviseerde hen bij de inrichting. In 1902 werd de fabriek vanwege de ontbinding van de coöperatieve vereniging verkocht aan particulieren, en in 1911 sloot de fabriek definitief.
In 1886 richtten boeren in Warga de eerste coöperatieve zuivelfabriek van Nederland op. Onvrede over de melkprijzen was daarvoor de directe aanleiding. In 1898 telde Friesland al 46 particuliere en 66 coöperatieve fabrieken. De zuivelfabriek werd, net als de kerk, een sociaal referentiepunt — een plek die de mensen in en rondom het dorp verenigde in een gemeenschappelijke activiteit: het maken van boter en kaas. Van al die oude Friese zuivelfabrieken zijn er nog slechts enkele in bedrijf; meer dan honderd zijn er — soms gedeeltelijk — afgebroken.
Bronnen: